“Ik ben geen 30, ik ben 18 jaar met 12 jaar ervaring!” Dit is een spreuk die toepasselijk is voor mij, want op 5 mei 2022 moest ook ik er aan geloven. Ik werd 30 jaar. 30 jaar geleden kwam ik te vroeg ter wereld waardoor mijn lijf niet altijd doet wat ik wil, en ik mij moet verplaatsen met wielen onder mijn billen. Ik heb moeten vechten om te zijn wie ik nu ben. Verschillende artsen dachten destijds dat ik een kasplantje zou worden. Gelukkig was dat niet het geval. Hierdoor weet ik wel wat doorzettingsvermogen is en wat het betekent. Als je iets wilt bereiken -of het nou groot of klein is-, moet je daarvoor gaan, en wat je overkomt omzetten naar kracht. Met mijn lijf is er heel veel onzeker, en ondanks elk pijntje zet ik toch nog even door, denk ik: ‘Het gaat wel over’. Totdat ik over mijn eigen grens ga. Deze balans zoeken is tot op de dag van vandaag nog steeds niet eenvoudig.

Om mij fysiek gezien zo optimaal mogelijk te laten functioneren heb ik ook diverse operaties ondergaan. Zoals een heupoperatie, een oogoperatie tegen het scheel kijken, en het toedienen van botox bij mijn verkorte spieren om de spasmes tegen te gaan. Deze operaties hebben op jonge leeftijd plaatsgevonden, maar deze momenten blijven me nog steeds bij. Als ik voor ieder bezoek aan een arts een geldbedrag had kunnen verdienen, zou ik rijk zijn geworden.

Natuurlijk is het fijn dat deze behandelaars er zijn. Voor en door mijn fysieke gesteldheid moet ik dan ook naar hen luisteren, maar verder heb ik een eigen wil, en weet ik hoe hard de maatschappij soms kan zijn voor iemand die zich anders voortbeweegt.

Ja ik heb met veel dingen hulp nodig, maar dit maakt mij als mens niet minder. Alleen is het voor mij tot op de dag van vandaag nog steeds niet eenvoudig om volledig deel te kunnen nemen aan de samenleving. Bijvoorbeeld ergens letterlijk binnen kunnen komen. Want een klein drempeltje zorgt al snel voor een belemmering.

Ik heb ook te maken met starende blikken, of mensen die mij als een klein kind behandelen. Op plekken waar veel mensen zijn, krijg ik de opmerking: ‘Knap dat jij hier bent, je doet het toch maar!’ Laatst tijdens Koningsdag gebeurde dit weer. Bij zulke momenten speel ik er graag meteen op in. Dit keer had ik snel bedacht wat ik wilde zeggen; ‘Ik heb wielen onder mijn billen, ik ben gewoon mens, er is niets bijzonders aan. Ook geniet ik van de kleine dingen in het leven.’ Als ik het zo verwoord merk ik dat er daarna bewustwording ontstaat, ik word niet gezien als die dame in de rolstoel, maar als Mienke, en daar doe ik het voor!