skip to Main Content

De botopbouw bij kinderen met CP kan lager zijn dan bij gezonde leeftijdgenootjes. Daardoor ontstaat een hoger risico op botbreuken. Bij kinderen met een hemiparese (een kant van het lichaam links of rechts is aangedaan) is de botopbouw in het aangedane been lager dan in het niet aangedane been.

Bij kinderen in een rolstoel is de botopbouw gemiddeld lager dan bij de lopende kinderen. Dit komt met name doordat de gewichtdragende belasting lager is en botopbouw hierdoor minder gestimuleerd wordt. Hetzelfde geldt bij bedlegerigheid na bijvoorbeeld een operatie. Je kind laten staan aan een statafel helpt al.

Andere oorzaken zijn: het minder buiten spelen; een te laag gewicht; te weinig calcium (kalk, in zuivel) en vitamine D in de voeding en negatieve effecten van anti-epileptica. Bij kinderen met ernstige CP die al een botbreuk hebben gehad is monitoring van de botkwaliteit door een arts nodig. Voor alle kinderen met CP geldt naast onderstaande voedingsadviezen dat voldoende buiten zijn belangrijk is, evenals belasting door staan, indien mogelijk.

De voedingsadviezen die je samen met de diëtist kunt toepassen om de botopbouw te optimaliseren zijn:

  • Voldoende kalk (calcium) en vitamine D in het eten. Calcium zit vooral in melk, melkproducten en kaas. De aanbevolen hoeveelheid per dag hangt af van de leeftijd en het geslacht. www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/calcium
    Vitamine D zorgt voor een goede opname van calcium in het lichaam. Het zit in vette vis zoals haring, zalm en makreel en het wordt toegevoegd aan halvarine, margarine en bak en braadvetten.
    Extra vitamine D (10 microgram) is nodig voor alle kinderen tot en met drie jaar middels druppels of een pilletje van de drogist. Bij kinderen met een getinte of donkere huid en bij kinderen die weinig spelen is ook 10 microgram extra vitamine D nodig. ?Als er een te laag vitamine-D-gehalte of een tekort in het bloed wordt gevonden, beslist de arts hoeveel vitamine D extra nodig is.

LET OP: dit zijn algemene adviezen om een overzicht te geven van de mogelijkheden. Overleg met de behandelend arts/ (kinder)diëtist of dit van toepassing is op je kind.

Back To Top