Na een lange tijd sneeuwt het weer een keer in Nederland. Het gaat echt als een malle, binnen korte tijd is de wereld prachtig wit. Het is een mooi gezicht, maar niet handig als je in een rolstoel zit.

Ik ben op dit moment al een paar dagen thuis vanwege het winterweer. Met de rolstoel door de sneeuw is geen optie. Ik rijd zonder sneeuw zelfstandig met de elektrische rolstoel naar mijn werk. Hierdoor voel ik me vrijer en kan ik ook zelf bepalen wanneer ik naar mijn werk ga.

Maar nu met sneeuw is alles anders. Voor mijn huis is het mooi wit. Ineens ben je meer afhankelijk. Voor mijn lijf is het absoluut niet goed om met kou buiten te komen, maar vandaag ging ik met mijn moeder, na enige twijfel, toch even de sneeuwpret ervaren. De twijfel heeft te maken met de kou en mijn spasme.

We besluiten om naar buiten te gaan, maar eerst moet ik goed aangekleed worden. Door de tijd die dat kost, is mijn zin bijna weg. Vest, jas, sjaal, handschoenen en een wollen dekentje. Voor om precies te zijn 10 minuten sneeuwpret. Ik kies ervoor in mijn duwstoel te gaan zitten, want met de elektrische rolstoel is de lol er meteen vanaf.

Eenmaal buiten is de wereld inderdaad mooi wit, Wat een mooi winterlandschap. Samen met mijn moeder proberen we te komen aan de overkant van de straat in het parkje. De rolstoel is alleen maar te rijden als de voorwielen de sneeuw niet raken. Daarom is mijn rolstoel een beetje achterover gekanteld. Door de drab van de sneeuw en het strooi goed voor de weg komen we aan in het parkje. Na een paar meter laat mijn moeder de rolstoel zakken in de sneeuw. Dat uitzicht is echt prachtig. De zon erbij doet me denken aan Oostenrijk. Maar al snel bekruipt me het gevoel dat ik nu wel echt gehandicapt ben. Zonder mijn moeder ben ik nu nergens. Het maakt dat ik er voor heel even een vervelend gevoel van krijg als ik eraan denk. Ik voel me nu de kleine Anja die vroeger, geheel afhankelijk van haar ouders een rondje in de sneeuw maakte.

Na een paar minuten wordt de rolstoel omgedraaid en rollen we weer terug naar mijn woning. Als mijn moeder zich nu verstapt liggen we samen in de sneeuw. Door de sneeuw begin ik al met een gespannen lichaam aan de tocht buiten. Ieder kuiltje kan maken dat ik een spasme krijg en dat is weer een tik voor mijn lijf waar ik van bij moet komen. We steken de weg weer over en net voorbij de voordeur maken we nog wat foto’s. Inmiddels voel ik door het wollen dekentje heen dat mijn benen erg koud zijn. Als mijn moeder vraagt of we nog een eindje verder gaan, zeg ik: “Laten we maar naar binnen gaan voordat ik dadelijk echt koud ben.” We draaien naar de voordeur en rijden naar binnen. Eenmaal binnen bekijk ik mijn stoel. De wielen zijn helemaal nat en in de badkamer laten we de rolstoel even uitlekken. Ik stap weer over in mijn elektrische rolstoel en bedenk me nu dat het wel lang gaat duren voordat ik weer op temperatuur ben. Mijn benen zijn door en door koud. Mijn moeder maakt een kruik warm en geeft me een lekkere beker warme chocolademelk met slagroom. Het duurt nu minstens 2 uur voordat mijn benen weer op temperatuur zijn.

Nee, laat mij de sneeuw maar van binnen bekijken.  Ik zie al een paar dagen dat er auto’s vast slippen in de sneeuw en moeten worden geduwd om verder te komen. Dat vind ik dan grappiger om naar te kijken. Ik laat de sneeuwpret met veel plezier aan anderen over.