Door Anja van Wijk

Werken met een beperking is niet makkelijk, dat weet ik uit eigen ervaring. Als je een beperking hebt hoor je vaak niet bij de maatschappij, word je in een hokje gepropt en jezelf nuttig voelen is er niet bij. Bezig gehouden worden, de dag doorkomen. Dat is wat je vaak moet doen als je een beperking hebt.

Ik heb dat ook ervaren. Ik werkte eerst op een AC (activiteitencentrum). Daar deed ik de winkel, kantoor, af en toe receptie. Dat ging op zich wel goed, maar ik wilde het gehandicapten wereldje uit. Ik wilde niet meer bezig gehouden worden. Ik wilde me echt inzetten, nuttig voelen, iets betekenen voor de maatschappij. Ik ging niet met tegenzin naar het AC, maar drang naar mezelf nuttig voelen had ik wel.

De tijd kroop voorbij…

Mijn jobcoach ging voor me op zoek nadat ik de wensen op had gegeven dat ik mezelf bezig wilde houden met administratie, telefoonbeantwoording. Ik kwam terecht op AC de Schalm. Een dagcentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Daar mocht ik achter de balie en de telefoon beantwoorden. Dat ging goed tot er op den duur heel weinig telefoontjes meer kwamen en ik niet echt andere taken aangereikt kreeg. De tijd kroop voorbij. De telefoontjes op een dag, daar werd ik ook niet moe van, zal ik maar gewoon eerlijk zeggen.

… en weer op zoek naar ander werk

Dus na een tijdje gaf ik aan dat ik weleens op de groepen zou willen kijken of ik daar niet iets kon doen. Mijn baas wilde daar niet aan, maar mijn begeleidster op de Schalm wilde het wel een kans geven. Ik kreeg geregeld dat ik iedere middag op de groep mocht helpen. Twee keer daar, één keer daar en één keer daar. Dat ging al beter. Ik voelde me al nuttiger, kreeg contact met de cliënten en deed activiteiten met ze. Mocht ze ook eten geven. Begon mijn draai wel te vinden. Toch was er voor hen een reden om te zeggen dat het genoeg was, ze twijfelden of ik het nog wel leuk vond en of ik er genoeg voldoening uithaalde. Dat was uiteindelijk de reden om daar te stoppen en op zoek te gaan naar ander werk.

Aan de slag in een verzorgingshuis

Ik kwam na enige tijd in contact met verzorgingshuis de Taling. In eerste instantie wisten ze niet wat ze met me moesten doen, maar we gingen kijken wat bij me paste. Ik werd op de groepen ingedeeld en moest koffie schenken en de krant voorlezen, maar hoe bepaal je wat je uit de krant voorleest wat nuttig was voor de cliënten om te horen. Ik mocht ook de activiteitenkalender maken, maar iedere keer als ik hem klaar had was er wel iets wat niet goed was of wat beter moest. Ook ging ik weleens naar een meneer om samen woordpuzzels te maken. Bij het eten voor de bewoners hoorde ik regelmatig dat ik in de weg stond. Als ik naar de wc moest lieten ze me met gemak een half uur wachten. Ik ben daar een half jaar met heel veel tegenzin naartoe gegaan. Ze gaven na een half jaar zelf aan dat ze vonden dat het niet meer ging, maar dat ze samen met mij gingen kijken naar een andere werkplek. Ze zouden mijn naam laten vallen bij een locatieoverleg en dan zouden ze kijken wat daaruit kwam. Ik vond het wel een heel fijn idee dat er eindelijk gekeken werd naar een andere oplossing.

Een kans

Na een tijdje hoorden we dat mijn naam inderdaad gevallen was bij dat overleg. De vrijwilligerscoördinator op Park Boswijk hoorde mijn naam voorbij komen en dacht: die naam klinkt me bekend in de oren. De vrijwilligerscoördinator die daar werkt is een nicht van mijn moeder. Ze wilde me zeer zeker een kans geven en nodigde mij en mijn moeder uit voor een gesprek. Dat gesprek verliep meteen wel lekker. Ze had er wel vertrouwen in. We moesten eerst eens gaan kijken wat er voor mij mogelijk was op Boswijk, dus lieten ze me een maand proeftijd ingaan waarin we uit gingen zoeken wat ik daar voor werk zou gaan kunnen doen. Na een paar weken waren we daar al wel uit en tekende ik ervoor dat ik daar als vrijwilliger vier dagen aan het werk zou gaan.

Onwijs naar mijn zin

We zijn nu ruim 7 jaar verder en ik heb het er onwijs naar mijn zin. Een andere werkplek kan ik me echt niet meer voorstellen. Mijn taken zijn heel divers en dat maakt het zo ongelofelijk leuk om te doen. Ik breng iedere ochtend de krant rond, geef handmassage aan verschillende mensen, geef mensen eten, help bij veel verschillende activiteiten, help ook op het servicepunt met brieven versturen, maak een praatje of een wandeling met de bewoners. Iedereen kent me inmiddels en ik hoor tegenwoordig bij het huis. Ik hoor regelmatig van bewoners dat ik mijn werk heel goed doe. Soms vragen ze zich af hoe het komt dat ik zo vrolijk en vriendelijk ben. Dan leg ik uit dat ik het een hele fijne werkplek vind en dat ik de mensen graag een glimlach of een prettig gevoel wil geven. Dat vinden ze dan fijn om te horen. Dat maakt mij ook weer enorm gelukkig en dankbaar dat ik dit werk kan doen. Het hoeven geen grote gebaren te zijn, met hele kleine dingen zijn de mensen vaak ook al tevreden. Bijvoorbeeld iemand een hand aanreiken en laten voelen dat degene goed is zoals hij of zij is.

Ik wil dit blog graag eindigen met een hele mooie tekst:

als ik oud geworden ben
en ik geen mens meer herken
en niet eens jouw naam meer weet
pak mijn hand dan even beet
zeg me zo gedag
laat me voelen dat je me mag
wellicht dat ik het gevoel herken
dat ik voor iemand iemand ben