
Bewegen is voor iedereen goed. Hoe groot of klein de beweging is maakt niet uit. Iedere beweging telt mee deze maand. Deze maand is het namelijk STEPtember. Deelnemers zetten 10.000 stappen per dag en laten zich daarvoor sponsoren. Het geld gaat onder andere naar voor onderzoek op het gebied van CP. Daarom gaat mijn blog dit keer over bewegen. En over hoeveel moeite het mij kost om een middagje samen met mijn fietsmaatje te gaan fietsen. Want bewegen is niet voor iedereen zo makkelijk.
Fietsen heb ik vroeger weleens gedaan op een driewielfiets. Maar echte afstanden lukten niet. Toen ik ouder werd raakte het fietsen naar de achtergrond. Totdat ik een huisgenoot zag gaan fietsen met Fietsmaatjes. Hij vertelde er zo enthousiast over dat mijn nieuwsgierigheid gewekt werd. Ik trok de stoute schoenen aan en mailde naar Fietsmaatjes voor meer info. Al snel daarna volgde het eerste proefrondje. Maar ja, daar lag al meteen de eerste uitdaging. Want hoe kwam ik op die fiets? Als iets nieuw voor me is, vind ik het spannend en werkt mijn lichaam niet lekker mee, maar uiteindelijk lukte het en konden we vertrekken voor het eerste proefrondje. We reden de straat uit en draaiden eigenlijk ook meteen weer om; ik wist niet hoe mijn lijf zou reageren na de inspanning, dus ik wilde niet te ver weg.
Weer terug vroeg ze me hoe ik het vond. Ik zei: “ik vind het leuk, maar merk wel dat ik het rustig op moet gaan bouwen.” Dat was geen probleem en ze ging voor mij op zoek naar een match.
Twee weken later hoorde ik dat er een match was gevonden. Dus planden we een kennismakinggesprek. Kitty en ik hadden eigenlijk wel meteen een klik, en we gingen de eerste rit maken. Maar hoe stap je nu gemakkelijk op zo’n fiets? Daar bedacht mijn moeder de stoep voor: als ik mijn rolstoel op de stoep zette, was de opstap niet zo ingewikkeld. Maar voordat het fietsen voor mij echt comfortabel voelde, ging er wel een tijdje overheen. De eerste paar ritten deed ik nog een tuigje om, zodat ik me veiliger zou voelen. Inmiddels zijn Kitty en ik zo op elkaar ingespeeld dat ik het durf zonder dat tuigje. We fietsen ongeveer tussen de 10 en 15 km per keer.
Ik geniet van het fietsen, maar het trappen kost mij heel veel kracht. Ik vecht dan tegen mijn spasme. De ene dag gaat het ook beter dan de andere keer, maar als het me dan niet lukt om de trappers rond te krijgen, kan ik daar erg van balen. Erg zonde, dat weet ik, maar dat zit in mijn aard. Maar als het stoeltje goed staat en ik voel me goed gaan we als een speer. Als ik na zo’n rit dan weer thuis kom doen mijn benen goed zeer. De eerste paar keer had ik ook flinke spierpijn.
Maar het fietsen is voor mij echt een goede manier om te bewegen. Eigenlijk kun je het wel vergelijken met een work-out in de sportschool.
Wat het fietsen extra leuk maakt, zijn de openbare boekenkastjes die ik onderweg soms tegenkom. Ik ben er zelfs een beetje verslaafd aan. Je mag er zomaar een boek uithalen, meenemen en dan na het lezen weer in een ander kastje terugzetten.
Ik wens alle mensen die meedoen aan STEPtember, nog heel veel succes en plezier.
Liefs, Anja